Bloesem in de sneeuw
Bloesem in de sneeuw (Foto: Feikje Breimer)

Snarf

Ik loop door de stad. Bij de bloemenkraam staat een prachtige bos gele mimosa. Bossen tulpen in emmers er naast. Meer lente is er niet, wel kletsnatte vlokken sneeuw en mensen onder paraplu's. De mooie jas in de uitverkoop is veel te klein en de trui in de juiste maat is ook alleen maar de juiste maat en meer niet. Dan maar naar de bakker. Bij de bakker is het warm en druk. Ik ben als laatste aan de beurt. Voor mij een vrouw in een gele jas, een kleine man met grijs haar en een lange man met pet. Daarvoor nog een rij mensen bij de toonbank.

De deurbel klinkt. Een dame schuift behoedzaam naar voren. "Wie is er aan de beurt?" vraagt een winkelmeisje. "Ik ben voor Frans aan de beurt", zegt de man met de pet. "Wie is Frans?" vraagt de vrouw naast mij. "Ik!" antwoord de kleine man, "maar je mag mij ook Snarf noemen. Bij mijn eerste baan waren er al drie, Frans 1, Frans 2 en Frans 3. Toen ik erbij kwam zei mijn baas: 'Jij bent Snarf'. Ik kreeg nog twee collega's, die heetten allebei Frank. We hebben de tweede Knarf genoemd." "Snarf, Snarf? Hoezo Snarf?" Wil de vrouw naast mij weten. "Nou Frans omgedraaid natuurlijk!" antwoord hij. "Ik heet Marlien, maar dat heb ik nooit omgedraaid," bedenkt de vrouw zich hardop. Intussen is de man met pet voorzien van brood en vraagt het winkelmeisje geroutineerd wie als volgende aan de beurt is. "Nou, deze Knar!" wijst de vrouw naar Frans. Een kwartier later loop ik weer in de natte sneeuw. Neilram, neilram, zingt het in mijn hoofd. En was het maar eindelijk etnel.

Meer berichten