Foto: Melisa Verheijen

Column Ceciel Bremer: Guus goa noar huus

'Als jij mij helpt, ga ik daarna samen met jou kijken naar ideetjes voor je kinderfeestje', zeg ik haar als ze mij weer vraagt wanneer ik kom want haar kinderfeestje is natuurlijk belangrijker dan waar ik in de keuken mee bezig ben, maak ik op uit haar toon. En zo staan we samen de afwasmachine uit te pakken. Zij pakt de kunststof bekers, bordjes en pannen, ik de porseleinen bekers, glazen en het bestek. 'Zo gaat het sneller, hè?', concludeert ze al gauw. 'Ja, samen gaat het sneller', antwoord ik haar. Als ik de vuile vaat weer in de lege afwasmachine zet, vraagt ze ineens: 'Hoe gaat dat eigenlijk binnen in de afwasmachine?'

Het is een van de vele vragen die ze regelmatig stelt, vaak als ze 's avonds in bed ligt en nog even de dag doorneemt. Wat is dit? Hoe werkt dat? Hoe kan ik zus? En waarom is dat niet zo? Vragen uit nieuwsgierigheid, vragen die niet stroken met de logica van een zesjarige of vragen ter verduidelijking van iets dat ze gehoord heeft op school, van vriendinnetjes, op televisie of uit een boek. Toen ik haar een keer wat vertelde over wat er gistermorgen was gebeurd, trok ze het woord 'gistermorgen' in twijfel. 'Is het nu gisteren of morgen?' Ze zag het woord als een tegenstelling. Zo had ik dat woord zelf nog nooit ontleed maar haar opmerking gaf ineens een vreemde draai aan 'gistermorgen'. Sindsdien merk ik dat ze het prettiger vindt dat ik ochtend zeg in plaats van morgen. Dan is er geen verwarring mogelijk. Bij 'welterusten' vroeg ze zich nagenoeg hetzelfde af. 'Wel is een woord maar wat is terusten eigenlijk?', vroeg ze me toen ik haar naar bed bracht. Wat zijn Egyptenaren, wat is zwijgen, wat doet een burgemeester, hoe kan ik vliegen en kan ik een jongen worden, werden me al eerder een keer gesteld en leverden mooie gesprekstof op. Want nu weet ik dat ze een keer naar Egypte op vakantie wil, nog steeds wacht op een concrete uitleg hoe ze kan vliegen want die vraag komt vaker voorbij, en ab-so-luut geen jongen wil worden. Dat laatste benadrukte ze heel erg duidelijk. Het was voor haar gewoon een technische vraag: kan het überhaupt?
'Wat is Guus goa noar huus, de koeien staan op springen?', was veruit de mooiste vraag die ze tot nog toe stelde en mij de slappe lach bezorgde waardoor het even duurde voordat ik haar kon antwoorden. Ze had het in een kinderfilm voorbij horen komen en de scène zoveel uur later nog steeds niet kunnen plaatsen dus de vraag moest worden gesteld. En de herinnering aan haar vraag over het voorrangsbord bij de chicane aan de Kruisbrinkseweg in Toldijk, schiet me telkens weer te binnen als ik er langs rijd: 'Waarom is die pijl wit en niet groen als je mag doorrijden?' En daar heeft ze echt een punt.

Meer berichten