Foto: Melisa Verheijen

Gegroet

Uit de plastic tas haal ik een rood lintje en een paasei. Het lintje bind ik aan een tak van de struik en het paasei leg ik erbij, een beetje verstopt onder wat bladeren. Tegenover mij parkeert een automobilist. Hij stapt uit en zegt vrijwel meteen: "Een speurtocht aan het uitzetten?" Ik knik en loop in de richting van de voor mij onbekende man. We praten wat over kinderfeestjes en dan vraag ik hem of hij in het pasverkochte huis woont waar we voor staan. Hij antwoordt bevestigend en is duidelijk blij met zijn nieuwe woonplaats. "We woonden hiervoor in een appartement in de binnenstad. Dat was op zich prima maar niemand groet elkaar daar op straat. Iedereen die je ziet, komt er winkelen en woont er niet. Allemaal passanten. Dat is hier wel anders, merk ik", constateert hij na twee maanden.


De oude man met zijn lange zwarte jas verderop in het bos oogt wat nors maar heeft er ook geen moeite mee als we elkaar passeren.


Voor mij is het al bijna vanzelfsprekend om elkaar te begroeten in het dorp, ongeacht of je elkaar echt kent, alleen van naam of nog nooit hebt gezien. Maar dat is het voor deze nieuwe dorpeling nog niet. Als we de volgende dag een buitenactiviteit zoeken om van de vroege voorjaarszon te genieten en besluiten een fietstocht te maken, neem ik de proef op de som. De dorpsgenote die ons op de drempel voorrang verleent als we net van huis weg fietsen, doet het. En ook de wandelaars en fietsers bij de vijf bomen richting Hoog-Keppel groeten ons. Het oudere echtpaar dat, in mijn ogen heel ongezellig, flink wat meters uit elkaar fietst, zegt ons gedag en ook de vrouw die ons aan het begin van de Hessenweg de weg vraagt naar de dorpskerk begint haar vraag met een groet. De oude man met zijn lange zwarte jas verderop in het bos oogt wat nors maar heeft er ook geen moeite mee als we elkaar passeren. Op de Oude Zutphenseweg zien we een vader met zijn twee kinderen die we van school kennen. We groeten ze alle drie en zij ons. Uiteraard.
In de Dorpsstraat groeten we enthousiast twee dorpsgenoten en fietsen we door naar onze eindbestemming terwijl de zon fel schijnt door de rietpluimen aan de waterkant en me een paar seconden verblindt. Het maakt je gelukkiger als je elkaar op straat begroet, las ik een keer. Dat zou natuurlijk best kunnen maar is voor mij geen reden om iedereen gedag te zeggen. Want deze zondagmiddag waarop de zonnestralen zo vroeg in het jaar al uitbundig op mijn gezicht schijnen, maakt me sowieso blij.

Meer berichten