Foto: Feikje Breimer

Vliegende punaises

Misschien zijn er mensen met een grote angst voor punaises, maar die ken ik niet. Maar neem punaises met vleugeltjes en stop er minstens 20.000 in een houten kast. Dat verandert de zaak aanzienlijk. Het zijn nog bastaardbijen ook legt onze cursusleider van de imkercursus ons uit. Zestien cursisten staan op een kluitje aandachtig te luisteren naar zijn uitleg. Waren deze dames raszuiver dan was hun naam carnica of buckfast en hun moeder van onbesproken komaf of misschien haar dochter; aangeduid als F1.

De enige reden waarom mensen zich al eeuwen met honingbijen bemoeien is zoet. Honingzoet. Maar ja, ze prikken dus wel. Het punt is; je weet niet wanneer. Met behulp van onze witte pakken hebben we gelukkig wel enige invloed op waar ze prikken, of beter gezegd waar niet. Zodoende dragen we buiten model hoeden en hangt er zwart gaas voor onze ogen. Verrassend genoeg kun je nog behoorlijk door dat gaas heen kijken. Lastiger zijn de handschoenen, geen prik te voelen maar iets anders voel je eigenlijk ook niet. Zodoende sta ik dan toch maar met blote handen klaar voor de prik. Die niet komt. Vriendelijk staan de dames toe dat we hen met raat en al uit de kast trekken. We zien eitjes, larven en heel veel bijen. Onze cursusleider is opofferingsgezind en laat zich prikken in zijn hand. Bewonderd kijken we naar de achtergebleven angel die ijverig gif blijft pompen. Dan lijkt het of iemand mij heel even in mijn been prikt met een punaise. Mijn prikdoop is haar prikdood.

Meer berichten