Foto: Melisa Verheijen

Diepvries

Al om kwart voor acht in de ochtend open ik de witte verfpot en roer ik er doorheen. De houten balustrade van de zoldertrap krijgt in korte tijd een mooie laag grondverf en zorgt vanaf de overloop direct voor meer licht als ik halverwege mijn karwei het resultaat op een etage lager beoordeel. Enthousiast ga ik verder. Door de openstaande ramen hoor ik de kerkklok één keer slaan en dan valt me ook een ander geluid op dat zich een tijdje herhaalt. Terwijl ik aan het verven ben – ja, verven noem ik het en niet schilderen, want verven kan iedereen en schilderen is een vak, zei een vakman mij laatst, en geef hem eens ongelijk – klinkt buiten een melodietje dat ik herken maar nog niet kan thuisbrengen. Het zijn een paar korte piepjes achter elkaar. Even denk ik dat het de diepvrieskist is die een signaal afgeeft dat ie te lang open staat. Maar die heb ik vanochtend nog niet geopend. Dan concludeer ik dat het 'gewoon' een vogel is die zin heeft in een nieuwe dag. Deze diepvriesvogel zoals ik hem vanaf nu noem, heb ik nog nooit eerder gehoord. Maar of ik eigenlijk het geluid van een merel van bijvoorbeeld een roodborstje kan onderscheiden, vraag ik me af want zover reikt mijn vogelkennis niet. Dus misschien woont de diepvriesvogel al langer in het dorp maar valt zijn aanwezigheid me vandaag pas op. Hoe dan ook: aangenaam kennis te maken, dorpsgenoot.

Ik lees over koolmezen en pimpelmezen en leer over hun gedrag


Een tekst van ruim drie pagina's ligt voor mij om te controleren. Het gaat over tientallen nestkasten die in de afgelopen dertig jaar zijn opgehangen door de lokale vogelwerkgroep in een bos in de omgeving. De nestkasten hebben als doel het bos aantrekkelijker te maken voor meer vogelsoorten. Ik lees over koolmezen en pimpelmezen en leer over hun gedrag; dat ze zich veelal voeden met insecten en er zo voor zorgen dat insectenplagen minder groot worden. Over de krachtige roep van boomklevers, de voorkeur van boomkruipers voor een opening aan de zijkant van het nestkastje, de kuifmees die liever een naaldbos uitkiest als woonomgeving, de bonte vliegenvanger die van veel ruimte houdt en de gekraagde roodstaart die overwintert in Afrika maar blijkbaar in het bos in Keppel een zomerhuisje heeft. Vogelnamen waar ik nog nooit eerder van gehoord heb. Ik lees over voedselbeschikbaarheid, controledagen en angst voor steenmarters en word een beetje wegwijs in de vogelwereld.
Zou het diepvriesvogeltje een van deze zogenaamde holenbroeders zijn? Of is het gewoon een mus? Ik weet het nog steeds niet maar ik ga al het gekwetter en getsjilp nog meer waarderen.

Meer berichten