"Als je mensen buitensluit, ben je aan het pesten. Dat gebeurt op school ook hè. Daar kun je later nog last van hebben." (foto: Ceciel Bremer)
"Als je mensen buitensluit, ben je aan het pesten. Dat gebeurt op school ook hè. Daar kun je later nog last van hebben." (foto: Ceciel Bremer) (Foto: )

Er viel voor mij echt niks te lachen

door Ceciel Bremer

Zelhem Westerbork toen en nu

"Ik had vroeger gitzwart haar. Op straat werd ik daarom altijd door agenten aangesproken: Bist du ein Jude? Ik zei altijd dat mijn vader Italiaans was want je moest nooit je angst tonen."

ZELHEM - "Ik kom praten over de oorlog maar liever praat ik over vrede. Weten jullie eigenlijk wat oorlog is? Oorlog is een verschrikking. Er viel voor mij echt helemaal niks te lachen. Hebben we net de Eerste Wereldoorlog achter de rug, komt er nog een landjepik voor grote mensen", opent Frits Gies (1930) uit Almen zijn verhaal aan leerlingen van groep 7 en 8 van christelijke basisschool 't Loo in Zelhem. Het persoonlijke verhaal van de heer Gies is onderdeel van het project Zelhem Westerbork toen en nu van Amnesty International Zelhem/Halle. Met concrete vragen - hoe word je dictator en hoe is WOII ontstaan - probeert de tachtiger de leerlingen bij zijn verhaal te betrekken. Moeiteloos trekt hij vergelijkingen met de belevingswereld van de elf- en twaalfjarigen die aandachtig naar hem luisteren. "Als je mensen buitensluit, ben je gewoon aan het pesten. Dat gebeurt op school ook hè. Weet je dat je daar later nog last van kunt hebben? Ik ben 's nachts vaak gillend wakker geworden omdat ik dacht dat de politie weer in ons huis was. Dan bleek het gewoon een vrachtwagen te zijn die langsreed."

Onderduiken

"Volgens de nazi's deugden joden, negers en zigeuners niet. Bij hen mocht je niks kopen. Als je dat toch deed, werd je bedreigd en gevolgd. Dan sloegen ze alles in je huis kort en klein", en hij houdt een pamflet omhoog waarin het verbod werd gepromoot. "Dat is nu toch onmogelijk? Wij leven in een democratie. Maar in mijn jeugd was dat heel anders. Wij kregen allerlei beperkingen en moesten alles met bonnen kopen. Melk, eieren, kaas, alles. Kijk, dit is mijn stamkaart. Zo kreeg ik bonnetjes van de gemeente. Maar er was steeds minder te koop en we hadden steeds minder te besteden. Stapje voor stapje kregen we meer beperkingen." Met originele documenten waaronder het persoonsbewijs van zijn vader vertelt de heer Gies over de verschrikkingen van de oorlog. "Op straat werd ik altijd zo snijdig aangesproken: Bist du ein Jude? Dat is ook de titel van mijn boek dat ik later schreef. Anne Frank hoopte dat er weer een tijd kwam waarop wij joden weer mens mogen zijn. In die tijd waren joden geen mensen. Niets is erger dan dat, dat je niet wordt geaccepteerd. Ik hoop dat jullie dit niet overkomt. Ik heb vriendjes, vriendinnetjes, ooms en tantes nooit meer teruggezien. Mijn opa kwam vernield terug uit het kamp. Dat is oorlog, jongens en meisjes. Later zal het misschien niet allemaal makkelijk voor je zijn, maar je jeugd vormt je. Het is bijzonder om dit aan jullie te vertellen. Probeer er later aan te werken in een vreedzame wereld te blijven leven." De heer Gies vertelt dat zijn ouders niet hebben toegegeven aan de onderdrukking en anderen hebben geholpen om onder te duiken. "Mijn oudershuis staat volgend jaar in het Openluchtmuseum. Daar ben ik trots op."

Meer berichten